Terugblik op Demo Donderdag van 21 september over onze ecologische ‘vingerafdruk’

Afgelopen Demo Donderdag werd door een volle zaal informatieprofessionals stil gestaan bij onze ecologische ‘vingerafdruk’. We consumeren en produceren steeds meer informatie door te klikken, swipen, tappen en typen, maar van de energie, grondstoffen en arbeid die dat vergt zien we steeds minder. Als we kijken naar de feitelijke milieuschade van een digitale toekomst, is het dan tijd voor gegevensbeperking of maakt het menselijk vermogen om technologisch te blijven innoveren die zorg overbodig?
 

Vergroot afbeelding Beeld van Demo Donderdag 21 september 2023
Beeld: ©RDDI

Net als voorgaande Demo Donderdag sessies stond de middag in het teken van een poging om onszelf te verzoenen met complexiteit in een informatiesamenleving. De overheid zou zich in de toekomst op allerlei mogelijke manieren kunnen verhouden tot die informatiesamenleving, zoals bijvoorbeeld door interne vergaderingen via een digitale livestream open te stellen of automatisch te laten transcriberen door een algoritme. Vervolgens zouden burgers, wetenschappers of journalisten moeiteloos toegang kunnen krijgen tot het stukje informatie waar zij naar op zoek zijn met behulp van persoonlijke AI assistentie. Maar dat vergt een boel energie, water, grondstoffen en arbeid. De centrale vraag van de sessie was dan ook: is radicale openbaarheid die ecologische impact waard?

Vergroot afbeelding
Beeld: ©RDDI
Op de foto: Pepijn van Houdt

Terug naar de toekomst

De sessie werd zoals altijd afgetrapt met een terugblik op de toekomst op basis van een diepe duik in de archieven door Beeld & Geluid. Zo kwam een lantaarnopsteker langs voor wie een uitschuifbare ladder was ontworpen, zodat het minder gesjouw was en het werk sneller gedaan kon worden. Of een innovatieve trekwagen waarmee kabels ondergronds konden worden aangelegd, waar overigens nog wel behoorlijk wat spierkracht mee gemoeid was. Het volgende fragment toonde een toespraak van oud-premier Joop den Uyl uit 1973, waarin hij een nationale stop op olieverbruik aankondigde op de televisie. Niet zozeer vanwege vermeende milieuschade, maar vanwege schaarste op de oliemarkt. Die crisis zorgde ervoor dat de overheid binnen no-time een systeem opzette waarmee benzine op de bon kon worden verkocht, wat zonder al teveel horten en stoten leek te zijn geïmplementeerd. Naast de overheid bleek ook de maatschappij veerkrachtig. Zo bedachten creatieve techneuten binnen no-time alternatieven voor de benzineauto, zoals de MAV-kar (mens-aangedreven-voertuig) of een elektrische auto waarvan de accu werd opgeladen door een windmolentje op het dak.

Vooruit in de toekomst

Vervolgens maakte we een sprong van de noodtoestand die Den Uyl afkondigde in 1973, naar een vergelijkbare toespraak die Mark Rutte in 2020 hield. Hij kondigde daarin aan de klimaatcrisis direct aan te zullen gaan pakken. Dit fragment bleek echter een deep-fake versie van de oorspronkelijke toespraak, gemaakt door activisten. In de authentieke versie werd de Nederlandse bevolking vanwege de coronacrisis opgeroepen om zoveel mogelijk thuis te blijven. Ook die crisis maakte de overheid bijzonder efficiënt: binnen no-time stapte zowel overheid als bedrijfsleven over op thuiswerken. En inmiddels blijken de nieuwste visies op de ambtelijke werkplek, waaronder die van Studio Lonk in opdracht van het College van Rijksadviseurs (genaamd Happy Hybrid), volop in het teken te staan van hybride werken. In theorie kan in zo’n hybride digitale toekomst alles moeiteloos vindbaar worden vastgelegd en openbaar worden gemaakt ter verantwoording aan burgers. Maar als gegevensverwerking inderdaad als olie is - vervuilend en moeilijk te verwijderen – is die toekomst dan wenselijk? Of valt het met die milieuschade eigenlijk heel erg mee? In de context van die vragen waren drie sprekers uitgenodigd om hun perspectief te delen.

Spelen met het internet: van ’wow’ naar ‘hmm’

Allereerst vertelde Lilian Stolk over het internetplatform dat zij mede heeft opgericht genaamd The Hmm. Via dit platform werd met een grote diversiteit aan mensen verkend welke mogelijkheden het internet biedt. Bij oprichting heette het platform nog ‘The Wow’, maar dat werd na een tijdje omgesmeed tot ‘The Hmm’, vanwege het feit dat het enthousiaste onthaal van het internet in de jaren 90 de kritiek en reflectie op de nieuwe mogelijkheden (de woordelijke ‘hmm’) rondom het internet dreigde te overstemmen. Simpel gezegd: het was meer ‘hosanna’ en ‘hallelujah’ dan ‘ho eens even’. Met alle projecten die Lilian toelichtte bleek echter dat zij zeker niet alleen werkte vanuit verontwaardiging. Eerder ging het over verwondering van de nieuwe mogelijkheden, waar bij The Hmm volop mee geëxperimenteerd werd. Denk bijvoorbeeld aan een hybride museumbezoek, waarbij een fysieke bezoeker gekoppeld werd aan een digitale bezoeker. De fysieke bezoeker kreeg de arm van een mannequin om zich heen gebonden, waarmee constant een telefoon in de selfie-houding een livestream maakte van de fysieke bezoeker. Zo werd de fysieke bezoeker het medium voor de beleving van de digitale bezoeker.

Lilian wees het publiek daarnaast op de schaduwkanten van livestreaming in hoge resolutie, zoals bijvoorbeeld het feit dat die resolutie culturele uitwisseling ontoegankelijk maakte voor bewoners van plekken in de wereld waar de digitale infrastructuur niet op eenzelfde bandbreedte is ingesteld. Een alternatief zou zijn om te streamen in lagere resolutie, of in een geheel andere vorm, zoals audio of zelfs enkel tekstuele ondertiteling. Als laatste voorbeeld van een van de vele activiteiten die bij The Hmm werden georganiseerd vertelde Lilian over de komende datacenter-tour. Samen met wetenschappers en lokale politici stapten een boel geïnteresseerden in een bus richting Wieringermeer, om de fysieke gevolgen van voortdenderende digitalisering eens goed te aanschouwen en bestuderen. Om hopelijk terug te keren met een antwoord op de vraag of deze besteding van groene energie de juiste is. Inmiddels heeft deze tour plaatsgevonden en verschijnt weldra een audio-reportage op hun website, dus hou die in de gaten als je daar geïnteresseerd in bent!

Vergroot afbeelding
Beeld: ©RDDI
Op de foto: Lilian Stolk en Leanne Wijnsma

De geur van data en e-mail frisdrank

Na Lilian nam Leanne Wijnsma het stokje van haar over. Leanne was ook betrokken bij The Hmm, maar had als ontwerper ook volop autonoom onderzoek verricht naar manieren om het internet inzichtelijker en intuïtiever te maken. Bijvoorbeeld door kunstmatig een geurtje aan data toe te voegen, waardoor een data-lek eerder opgemerkt zou kunnen worden. Dat was eerder gedaan bij gas, waar helaas wel een schoolramp in Texas in 1937 vooraf moest gaan aan de invoering van een wettelijke verplichting waardoor gas voor altijd ruikbaar zou zijn. Door ook een geurtje aan data toe te voegen aan data zou een ramp als gevolg van een onopgemerkt data-lek voorkomen kunnen worden, zo was de gedachte. Het werk van Leanne riep vragen op die niet vanzelfsprekend waren, maar wel erg relevant. Dat gold ook voor een product dat ze uiteindelijk demonstreerde, namelijk verschillende soorten limonade waarvan de hoeveelheid prik letterlijk relateerde aan de CO2 uitstoot van bepaalde soorten email. Zo prikkelde de limonade ‘Nieuwsbrief’ een stuk meer dan ‘Spam’, terwijl beide mails ongeacht hun uitstoot vaak nauwelijks worden gelezen. Leanne sloot dan ook af met een oproep om orde aan te brengen in alle gegevensverwerking. Koren op de molen voor iedere informatieprofessional natuurlijk!

Digitale milieuschade: feit of fictie?

Een resterende vraag bleef echter hoe reëel de milieuschade feitelijk is. Rudolf van der Berg, partner in Stratix Consulting, doet onderzoek naar het energieverbruik van digitale infrastructuur, onder andere voor de Metropoolregio Amsterdam voor wie hij feiten en cijfers rond datacenters verzamelde. Hij is ook actief bij de “Greening of Streaming”, een initiatief dat greenwashing verwerpt en waarmee met gegevens uit de praktijk de milieu impact van streaming wordt onderzocht en verkleind. Hij deed een poging om het publiek dichter bij de feiten te brengen. Rudolf betoogde dat de snelle ontwikkelingen in de technologie tot gevolg hebben dat het verzenden en opslaan van bestanden niet de grote hoeveelheden energie, CO2 en water verbruiken die veelal worden genoemd. De Rijksoverheid had bijvoorbeeld haar energieverbruik met meer dan 100 GWh terug gebracht door gebruik te maken van datacenters en haar eigen rekencentra te sluiten. Het energieverbruik van drie grote telecomnetwerken in Nederland bleek te zijn gedaald ondanks de 20x groei in dataverkeer, onder andere door streaming. Ondertussen bleken in de media cijfers te blijven rondzingen over een extreme CO2 uitstoot van een email of het feit dat het halen van een DVD bij de videotheek een lagere uitstoot zou hebben dan het online streamen van een film. Die verhalen bleken reeds te zijn ontkracht door toonaangevende instituten als bijvoorbeeld het IEA (International Energy Agency). Op Europees niveau worden gelukkig steeds verdere pogingen ondernomen om het energie-, water- en grondstofverbruik van digitale infrastructuur gedegen in kaart te brengen. Zo stelt de Europese Energie Efficiëntie richtlijn verplicht dat datacenters vanaf volgend jaar hun energieverbruik rapporteren. Tot die tijd was het volgens Rudolf het best om bovenal goed na te denken over welke apparaten je aanschaft. Zijn devies was dat als je het milieu echt verder helpen je het beste het apparaat aan kunt schaffen waarvan je weet dat het lang meegaat. Daarbij kun je je afvragen of je een gekromd scherm van anderhalve meter nodig hebt om te vergaderen met collega’s. Ook Rudolf zijn pleidooi om cijfers kritisch te blijven bevragen viel in vruchtbare aarde.

Bekijk de slides van de presentatie van Rudolf van der Berg.

Vergroot afbeelding
Beeld: ©RDDI
Op de foto: Rudolf van der Berg

Verenigd in verwarring en verwondering

De zorgen rondom de ecologische vingerafdruk hadden bij sommige bezoekers plaatsgemaakt voor hoop op digitalisering om juist de hoofdrol te kunnen spelen in de aanpak van milieuproblematiek. De antwoorden op de vragen rondom onze ecologische vingerafdruk liepen na afloop van de sessie nog behoorlijk uiteen, maar over de relevantie van de vraag waren de meesten het inmiddels wel eens. En op z’n minst waren alle deelnemers voor even verenigd in verwondering over de ingewikkelde wereld die de menselijke soort in al die jaren heeft opgetuigd.