Het RDDI-project Openbaarmaking heeft een handreiking opgeleverd die bestuursorganen aanknopingspunten, handvatten en bouwstenen geeft voor het omgaan met de antimisbruikbepaling uit de Wet open overheid (Woo-artikel 4.6).
De antimisbruikbepaling geeft overheden een middel om een Woo-verzoek niet in behandeling te nemen als er sprake is van misbruik of oneigenlijk gebruik van de Woo. Dit kan het geval zijn als de verzoeker een ander doel heeft dan het verkrijgen van overheidsinformatie of als de gevraagde informatie niet gaat over een bestuurlijke aangelegenheid. Met de nadruk op 'kan', want het is vaak lastig om te bepalen of er sprake is van misbruik. Dit blijkt ook uit de invoeringstoets van de Woo. Bovendien is het uitgangspunt dat de antimisbruikbepaling terughoudend en proportioneel wordt ingezet en eist de rechter daarvoor zwaarwichtige gronden en een goede motivering. De handreiking helpt bestuursorganen met het omgaan met de antimisbruikbepaling.
Samenwerking en inspraak
In opdracht van en samen met de afdeling Open Overheid van BZK heeft RDDI een werkgroep samengesteld met afgevaardigden van de Rijksoverheid, uitvoeringsorganisaties, provincies, waterschappen en gemeenten. Samen hebben we geïnventariseerd aan welke maatregelen behoefte is. Dat heeft geleid tot een concepthandreiking, die vervolgens breed getoetst is onder overheids- en maatschappelijke organisaties in een internetconsultatie op KIA.
Het eindresultaat, de handreiking 'ZO! ga je om met de antimisbruikbepaling', bestaat uit 2 delen:
- Het eerste deel geeft aanknopingspunten uit de wet en jurisprudentie voor het bepalen of er sprake is van misbruik of oneigenlijk gebruik van de Woo.
- Het tweede deel biedt bouwstenen voor het al dan niet toepassen van de antimisbruikbepaling en handvatten voor het omgaan met (vermoedelijk) misbruik en oneigenlijk gebruik van de Woo.
Op basis van de ervaringen en ontwikkelingen in de jurisprudentie wordt de handreiking waar nodig doorontwikkeld en uitgebreid.