Medewerker aan Informatie

RDDI helpt rijksorganisaties om digitale informatie in duurzaam toegankelijke staat te brengen. Daar waar mogelijk wordt de medewerker zo veel mogelijk ontlast en worden by design oplossingen in de techniek gezocht. Naast technologische vraagstukken spelen er echter ook vraagstukken die de organisatie en medewerker raken. Deze vraagstukken zijn ondergebracht in het project MaI.

Doelgroep en werkwijze

De ‘klanten’ van MaI zijn de rijksorganisaties, niet de medewerkers zelf. De producten die MaI oplevert zijn dan ook in eerste instantie voor de informatieprofessional bij de rijksorganisaties, maar wel met de bedoeling om ze (eventueel met enige aanpassing aan specificaties van de eigen organisatie) direct te kunnen gebruiken binnen de eigen organisatie. De eindgebruiker is derhalve leidend in de producten die MaI oplevert. Hierbij kan de eindgebruiker zowel een manager als medewerker zijn.

Dat de eindgebruiker leidend is, heeft tot gevolg dat we vanuit het perspectief van de eindgebruiker redeneren. Een medewerker werkt met informatie. Hij denkt niet specifiek over informatiehuishouding, maar redeneert vanuit hoe hij die informatie gebruikt in zijn werk. En aan het werken met overheidsinformatie hangen meer vraagstukken dan alleen die van de informatiehuishouding. Denk bijvoorbeeld aan informatiebeveiliging.  De producten die MaI oplevert kunnen dan ook een bredere scope hebben dan alleen informatiehuishouding en openbaarmaking.

MaI werkt zo veel mogelijk vraaggestuurd. De vragen komen enerzijds vanuit het programma zelf, namelijk uit de andere projecten. Handreikingen en technologische producten moeten uiteindelijk landen bij eindgebruikers. Anderzijds komen de vragen vanuit de MaI-community. Samen met dit netwerk, bestaande uit tenminste één persoon van ieder departement, bepalen we welke vraagstukken baat hebben bij gezamenlijke rijksbrede aanpak. Deze vraagstukken pakken we vervolgens ook samen met mensen uit dit netwerk op.

Stand van zaken

MaI werkt hard aan een rijksbrede campagne om het bewustzijn van medewerkers rond het werken met overheidsinformatie te vergroten. Omdat de campagne met en voor de rijksorganisaties wordt gemaakt, vindt op 3 maart een kick-off bijeenkomst plaats waarin we gezamenlijk vaststellen welke elementen in deze campagne naar voren moeten komen.

In het traject weten-doen-kunnen-naleven, zijn we bezig om de kenniskaart 'wat moeten medewerkers weten over werken met overheidsinformatie' en de opbrengst uit het werkatelier van 17 december (Van weten naar doen: wat is het ideale gedrag bij medewerkers tegenover overheidsinformatie en wat zijn daarbij dilemma’s en belemmeringen) samen te voegen in een beknopte brochure. Deze kan worden uitgedeeld aan medewerkers die in dienst komen of die bij hun organisatie een workshop volgen over het werken met overheidsinformatie.

Toekomstverkenning
Daarnaast willen we bestuurders helpen met het toekomstproof maken van hun organisatie. Daarom brengen we uitkomsten en inzichten uit de toekomstverkenning De informatiehuishouding van het Rijk in 2030 onder de aandacht van bestuurders door middel van publicaties en bijeenkomsten. Daarmee voorziet MaI bestuurders van noodzakelijke kennis en kunde op het gebied van werken met overheidsinformatie, nu en in de toekomst. Lees meer over het onderzoek bij het project Future Lab.

Team samenstelling

Het projectteam bestaat uit Hella Borking (projectleider), Tania Karina Manuschevich Viaux (projectadviseur), Carina Jacobi (projectadviseur) en Esther de Boer (communicatieadviseur).